Reizen

Egypte 2001

Dinsdag 5 juni

Graven van Anherka, Senedjem en Ramose; het Ramesseum; Medinet Habu

Om 7.15 uur vertrekken we al voor een nieuwe reis naar het verre, verre verleden; deze keer niet naar de graven van koningen of Farao's, maar naar die van ambachtslui of ambtenaren. Het is al warm en benauwd.
We gaan weer naar Thebe West. Als we op de plaats van bestemming komen, ziet Achmed 1 tot zijn grote opluchting dat we de eersten zijn, want je kunt namelijk maar met enkelen tegelijk zo'n graf bezoeken. Als er veel toeristen zouden zijn geweest, zou dat lange wachttijden in de brandende zon betekenen. Dit is weer de gunstige kant van het feit, dat het bloedheet is, en het toeristenseizoen eigenlijk al bijna voorbij. De hele dag zullen we vrijwel geen andere toeristen tegenkomen, dat is wel uniek.

Graven van Anherka en Senedjem

Via een nauwe gang naar beneden bezoeken we het graf van opzichter Anherka. En vervolgens dat van Senedjem, uit de vroege Ramsesperiode. Heel bijzonder, met kleurrijke scènes van een paradijselijk leven in vruchtbaar land. Senedjem en zijn vrouw bewerken het land, zaaien en ploegen, en vervolgens zien we in brede stroken de weelderige groei van fruitbomen en vruchtdragende planten.

Ramesseum

Vervolgens gaan we naar de dodentempel van Ramses II, het Ramesseum. Ook hier zijn we weer de enige groep toeristen. We kunnen in alle rust in de schaduw gezeten de stilte en grootsheid van de nog steeds indrukwekkende zuilenresten op ons laten inwerken.



We zitten aan de voet van enkele zuilen waar tegenaan enorme 'Osiride-beelden' staan: Ramses in de vorm van een mummie, zijn armen gekruist, met een zweep en een scepter, de karakteristieke attributen van Osiris.
Na een minuut of tien beginnen we de ledematen te inspecteren van wat eens een enorm beeld van Ramses was, maar door Darius (de koning van Perzië, 6e eeuw v.C.) werd stuk geslagen. Het beeld moet meer dan 21 meter hoog geweest zijn, getuige de afmetingen van bijvoorbeeld de voeten en handen.
In de muren worden de veldslagen van Ramses afgebeeld, met name die van Kadesj (rond 1299 v.C.). We zien o.a. hoe een stad wordt ingenomen via ladders tegen de stadsmuur geplaatst.

Ramose

Het graf van Ramose (gouverneur van de stad in de tijd van Amenhotep IV) is ons volgende programmapunt. Het blijkt heel bijzonder. Hier vinden we enkele muren met reliefs in zwart en wit. Hele figuren wit, alleen de ogen zwart omlijnd. De haartooi (een pruik) is zeer verfijnd weergegeven.
Het graf werd nooit voltooid. Ramose verliet de stad om Echnaton te volgen naar de nieuwe hoofdstad El Amarna. Daarom kunnen we op twee muren verschillende stadia van het aanbrengen van reliëfs zien. Op de ene muur zien we hoe er met lijnen een soort 'ruitjespapier' was getrokken, en op een andere muur zit het was nog op de lijnen die de contouren vormen van de afbeeldingen. Daarbinnen zouden de kleuren worden aangebracht.
In deze tombe zien we ook - als in een stripverhaal - een gedetailleerde begrafenisstoet voorbij trekken. We zien een groep weeklagende vrouwen met loshangend haar en een groep die stof op hun haren gooit ten teken van rouw. Tussen de klaagvrouwen een kind (naakt); we zien ook hoe de dienaren alle voorwerpen dragen die bij de dode zullen worden achtergelaten.



Tenslotte is er ook nog een afbeelding van de zonnegod Aton, die zijn stralen over Echnaton en Nefertite uitzendt, met aan het uiteinde van de stralen het levensteken, de ankh. Het is de enige na de dood van Echnaton niet vernietigde afbeelding.

Oeserhat

Na een bezoek aan een galerie/werkplaats van een kunstenaar die op witte steen kopieën van afbeeldingen uit de graven kerft., gaan we naar de tombe van Oeserhat, koninklijk schrijver onder Amenhotep II. Ook hier weer de uitvoerige weergave van een begrafenisstoet. Achmed wijst ons op de klapstoeltjes waarop mannen zitten te wachten bij de kapper. Verder zien we hier en daar onder de tafel een aapje zitten.
Verontwaardigd constateren we dat moderne vandalen het gepresteerd hebben om in dit graf op de muren eigen wanstaltige tekeningen toe te voegen.

Medinet Habu

Als allerlaatste tempel van onze reis bezoeken we tenslotte nog de Medinet Habu tempel. Het is de laatste grootste tempel die gebouwd werd. Ramses III begon met de bouw ervan. In de loop der eeuwen werd het complex nog uitgebreid. Het maakt een erg vierkante indruk, als een stevig fort. De tweede binnenhof kent mooie vierkante pilaren; hier en daar is de oorspronkelijke kleur van de reliëfs nog te zien, met name op de sluitsteen boven de poort. Het is een gebouwencomplex met veel 'kapellen'. Ook hier zijn Osiride-pilaren: voor elke pilaar Ramses als Osiris.
We maken een wandeling om het complex heen. Op de muren zijn de veldslagen van Ramses III uitgebeeld, ook zeeslagen op de Middellandse Zee met heuse schepen. Overal staan getallen om het aantal gevangenen weer te geven. Om te tellen, hakte men hun handen of benen af. We zien een tuimelende massa handen afgebeeld, en elders een hoop benen. En volgens Achmed hakte men later ieders 'derde been' af, dat was handiger, want daar had elke man er maar één van. Bovendien maakte dat een overwonnen volk onvruchtbaar, en boezemde het grote schrik in. Sommige reliëfs op de buitenmuren zijn uitzonderlijk diep.

Met deze laatste imponerende tempel hebben we onze culturele reis beëindigd. Om 11.35 aanvaarden we de rit terug naar het hotel. Sommigen stappen al eerder uit om in de stad te blijven en bijvoorbeeld te lunchen in het Winter Palace. Anderen gaan eerst lunchen, rusten en rommelen in het hotel. Een heel stel treft elkaar ten slotte weer in het zwembad van het Winter Palace, waar - zoals gewoonlijk - 'ronde water conferenties' worden gehouden… lekker kletsen in het frisse nat.

Terug in het hotel registreer ik nog wat nieuwtjes: Hettie is op het laatste moment nog letterlijk uit de boot gevallen en probeert nu met koude compressen haar been tot de orde te roepen; de rokers blijken nu Cleopatra sigaretten te roken; Corrie en Theo nemen de steen van Rosetta mee naar huis; Mart en Wies hebben natuurlijk weer kilometers gelopen, nu niet in de vrije natuur, maar door een krioelende soek. Ze belandden in een levensbedreigende situatie toen ze een gesluierde vrouw met een korf op haar hoofd wilden fotograferen…



Om 7 uur is er een laatste bijeenkomst van de twee Achmed's met de voltallige groep (maar er was er minstens één die spijbelde!). John begint met de Achmed's een soort oorkonde aan te bieden vol lof over hun gidsen, die we allemaal ondertekenen.
Achmed 1 zegt dan dat het voor hun een grote vreugde was ons hun vaderland te doen leren kennen. En vervolgens geeft hij ons een dikke pluim op de hoed: we waren een goede, gedisciplineerde groep, die niet zeurde. Dat we elkaar kenden vergemakkelijkte hun taak. Daarna begint Achmed 1 met uitvoerig te herhalen wat we allemaal bezocht hebben: een zeer volledig overzicht met telkens het wezenlijke van de bezienswaardigheid: heel knap. Naast me zit onderwijl Frans Bouwhuis cartoons te tekenen (foto's).
Als besluit ontvangen we elk een zak gedroogde malvin-thee (kaasjeskruid). Dat valt in goede aarde.

Nu rest ons slechts nog de begrafenis van de versleten hoed van Jacques. In processie gaan we naar de Nijl onder het zingen van een treurlied. Met een zielige zwier vertrouwt de diepbedroefde Jacques tenslotte de hoed toe aan de wateren van de Nijl.



Maar, zo is het leven, dus niet lang getreurd. We besluiten de reis met een diner in het Sinuhe restaurant. We worden met muziek ontvangen en tijdens het eten treedt er eerst een derwisj danser op met die dubbele, vrolijk gekleurde hoepelrok.
Vervolgens komt een buikdanseres binnen, van plan een aardig nummertje te geven. Maar dat loopt anders af. Al na een minuut knap haar BH. Sommigen hebben het gezien en getuigen ervan. Ik zag niets, want ze camoufleerde snel het ongeoorloofde met haar sjaal. Maar ze moest natuurlijk wel de zaal verlaten. Toen ze terug kwam, begon ze meteen aan haar tweede act: het onvermijdelijke er bij halen van het ene slachtoffer uit het publiek na het andere. Leuk, zolang je maar niet zelf aan de beurt bent. Zo konden we weer even genieten van de elastieke benen van John.

Tenslotte werd zowaar een reuze taart binnengebracht, speciaal voor ons gemaakt! (foto volgende bladzijde).

Midden in de nacht moesten we weer opstaan en na een vroeg ontbijt vertrokken we beladen met souvenirs terug naar Schiphol. Onze reis was ten einde.

Ineke Wackers


Naar de homepage Naar de inhoudsopgave van deze pagina Naar de top van deze pagina Vorige pagina