Egypte 2001
Zaterdag 2 juni
Karnak en Luxortempel by night
De elfde dag van onze Egypte-reis 2001, ook de eerste volledige dag dat wij huisden in het nieuwe (en laatste) onderkomen tijdens deze reis: het paradijselijke bungalowcomplex dat voluit heet het 'Jolie Ville Mövenpick Luxor Resort'. Een op het eerste oog Center Parkachtig complex in Egypte, dat voor ons als uitvalbasis zou dienen voor de vele bezienswaardigheden in Luxor en in de omgeving van Luxor. Het Mövenpick-resort is fraai gelegen op een eilandje, genoemd Crocodile-island, in de Nijl. Met de oever is een vaste (smalle) brug verbinding. Omdat de afstand tot Luxor-stad enkele kilometers bedraagt, zorgt het hotel voor een regelmatige (bijna ieder heel uur) busverbinding met de stad, waarvan velen de komende dagen gebruik zouden maken.
Om 7.00 uur is het opstaan voor het uitstekende en uitgebreide ontbijt (met bijvoorbeeld wel keuze uit ongeveer 15 verschillende soorten broodjes en ochtendgebakjes) en om 8.40 uur volgt het vertrek met de twee bussen naar de eerste van de twee bezienswaardigheden van deze dag: het grote tempelcomplex van Karnak.
In bus 2 (de bus van de 'Ramsesgruppe') vertelde onze gids Achmed (de jongere) enige wetenswaardigheden over Luxor, een stad, gelegen 720 kilometer zuidelijk van Caïro aan de oostoever van de Nijl met inmiddels ongeveer 80.000 inwoners. Luxor en omgeving herbergen ongeveer één vierde van alle monumenten ter wereld (!!). De stad is derhalve voor een groot gedeelte afhankelijk van toerisme (70 % van de bevolking werkt in het toerisme) en geldt als een luilekkerland voor Egyptologen en andere oudheidsdeskundigen. Gedurende vele eeuwen was deze stad hoofdstad van de wereld der farao's.
Luxor heeft, zo leerden wij van Achmed, eigenlijk drie namen. 'Waset' was de faraonische naam die duidt op de scepter die de farao's droegen. 'Thebe' is de latere Griekse naam. De huidige naam Luxor is afgeleid van het Arabische 'Al-Uksor' dat betekent paleizen.
In het centrum van Luxor werd de bus verlaten. De resterende kilometers naar het buiten het centrum van Luxor gelegen Karnak-tempelcomplex werden afgelegd met koetsjes of 'calèches' (vier personen en koetsier per rijtuig). Om beurten instappen en vertrekken was het parool. In het eerste koetsje nam onder andere de gids van bus 1 Achmed (de dikkere en oudere) plaats.
Aanvankelijk verliep de rit rustig en volgde ieder koetsje elkaar in de volgorde waarin was vertrokken. Met een beetje overdrijving zou je kunnen zeggen dat het geheel een rust en waardigheid had die doet denken aan die jaarlijkse rijtoer in september in Den Haag (alleen het publiek dat ons toejuichte ontbrak). Op enig moment gingen echter enkele koetsjes over op een hoger tempo waardoor de startvolgorde werd gewijzigd. Ook de pole-positie van Achmed (de dikkere en oudere) kwam daardoor serieus in het gedrang, hetgeen de berijders van het betreffende inhalende koetsje (naar verluidt) een forse scheldbui van Achmed opleverde.
Na ongeveer 15 minuten werd de eindbestemming bereikt. Even later hoorde ik Achmed uitleggen aan enkele groepsleden dat zijn scheldkanonnade gericht was tegen de betreffende koetsier(s) om vooral rustig (en veilig) te blijven rijden. In het verleden zouden al ongelukken met toeristen zijn gebeurd door het wedstrijd rijden met koetsjes.
Hoe het ook zij, de hele groep kwam veilig aan bij het hoofddoel van de ochtend: het tempelcomplex van Karnak.
Zoals gebruikelijk vanaf het begin van de reis splitste ons grote reisgezelschap zich ten behoeve van de bezichtiging van het monument in tweeën. Enerzijds onze groep, de gedisciplineerde Ramsesgruppe (naam gegeven door onze gids Achmed met verwijzing naar farao Ramses II, die vele oorlogen voerde en wel 62 jaar regeerde), anderzijds de groep (zonder officiële naam) van gids Achmed de oudere.
Karnak
Op de van hem inmiddels bekende deskundige wijze gaf Achmed de jongere tekst en uitleg over Karnak. Deze naam is afgeleid van 'kar' dat huis of tempel betekent en 'nak' dat gans betekent. De gans is het symbool van de god Amon-Re aan wie de hoofdtempel is gewijd. Aan het tempelcomplex is gewerkt door talloze farao's tijdens verschillende dynastieën. Het is liefst 4200 m2 groot en daarmee het grootste ter wereld. Een sfinxenallee leidde ons naar de hoge (maar niet afgewerkte en versierde) eerste pyloon. Overigens heeft deze tempel liefst 10 pylonen (zes op de noord-zuid-as en vier op een oost-west-as), waarvan de meeste in een vervallen toestand verkeren.
Achter de eerste pyloon (113 breed, 43 hoog) bevindt zich de 'open hof' of grote binnenplaats waar feesten e.d. konden worden gehouden. Deze grote binnenplaats (meer dan 100 x 80 meter) werd ook gebouwd om verschillende oudere gebouwen die zich oorspronkelijk buiten de eigenlijke tempel bevonden, in te sluiten in het complex. In de binnenplaats bevinden zich daarom ook verschillende bouwsels uit andere perioden. Zoals o.a. nog een enkele zuil (van de oorspronkelijk tien) van de Nubische farao Taharka (foto), een 25 meter groot beeld van de (veelal onvermijdelijke) Ramses II en een drietal kapellen. Overigens gaf Ach-med aan dat hoe dieper in de tempel, hoe ouder de monu-menten zijn. Het zogenaamde allerhei-ligste van de tempel dat alleen de farao mocht betreden werd derhalve als eerste gebouwd.
Inmiddels werd onze aandacht steeds meer getrokken door een oud Egyptisch mannetje (met een duidelijk onvolledig gebit) die, als ware hij een echte Japanse toerist met pocket fototoestel, steeds opdook voor leden van de groep om foto's te schieten. Gelet op zijn overdadige ijver twijfelden enkele leden van de groep echter of deze man wel een fotorolletje in zijn toestel had. Een enkeling sprak zelfs haar vermoeden uit dat wij te maken hadden met de lokale dorpsgek. De volgende dag zou blijken dat deze veronderstelling niet helemaal correct was (zie het verslag van 3 juni).
Via één (van de gedurende ons verblijf vele binnenkomende) telefoontje op de mobiele van Achmed (het deuntje zal bij ieder lid van de 'Ramsesgruppe' nog wel enige tijd bekend in de oren klinken) werd inmiddels met groep 1 de afspraak gemaakt om - op stel en sprong - een groepsfoto te maken voor de ingang van de tempel van Ramses III (gelegen aan de grote binnenplaats). Dit werd ver-zorgd door onze eigen fotografen. Ook onze 'Japanse' Egyptische fotograaf was hierbij van de partij.
Achter de tweede pyloon van het complex bevindt zich een imposante, grote zuilengang. Een waar stenen bos van 134 zuilen (foto). Elke zuil is wel 25 meter hoog. Wanden en zuilen zijn voorzien van reliëfs en tekeningen die vele taferelen uit de faraonistische oudheid uitbeelden. In het verleden was deze zaal, aldus Achmed, nog geheel overdekt met steenblok-ken. Over enkele afgebeelde taferelen (bijvoorbeeld uitbeel-dingen van de voorbereiding van door farao's - m.n. Ramses II - te voeren oorlogen) gaf Achmed de Egyptoloog, uitgebreide uitleg.
Voorts wees Achmed nog op de obelisken in het complex (de grootste van farao Hatjepsut met 29,5 meter hoogte) (foto) en legde hij uit op welke wijze deze naar hun plaats van bestemming werden vervoerd. Anders dan een groepslid opmerkte gebeurde dit destijds in ieder geval nog niet met een hijskraan die achter Achmed zichtbaar was in de omgeving van de tempel.
Het heilig meer, een grote poel water (18 bij 40 meter), dat o.a. gebruikt werd om de farao te reinigen voordat hij het allerheiligste kon betreden was bij deze tempel nog aanwezig.
Voorbij de zesde pyloon ligt het granieten heiligdom, dat de zogenaamde heilige barken bevatte. Daarachter bevonden zich nog resten van nog oudere bouwsels.
Na op eigen gelegenheid het complex nog te hebben bekeken en na het nuttigen van een verkoelend drankje (voor sommigen de populaire Malvin-thee) in de bij het complex gelegen frisdrank- thee en koffietent vertrok de Ramsesgruppe om 12.00 uur (na enige Egyptische verkopers met hun 'allemachtig, prachtig' te hebben omzeild en te hebben achtergelaten) inclusief enkele verstekelingen uit de eerste bus naar het 'Mövenpick'.
Velen maakten gebruik van de gelegenheid om hun siësta te houden bij de 'swimming-pool'. De vermoeienissen van de ochtend konden in het verfrissende water bij een buitentemperatuur van ongeveer 40 Celsius goed worden afgespoeld. Bovendien gaf het uitzicht op de Nijl bij dit zwembad toch iets extra.
Vanaf 18.30 uur kon er gedineerd worden. Het was de Mexicaanse avond en het eten (steeds keuze te over) smaakte uitstekend. De bediening en zaal was enigszins Mexicaans 'gestaltet'. Als ik dan toch een minpuntje voor het Mövenpick zou moeten aangegeven: een passend achtergrondmuziekje zou de Mexicaanse sfeer nog hebben kunnen verhogen.
Luxor-tempel
Om 20.00 uur was het vertrek voor de avondbezichtiging van de Luxor-tempel. Een goede keuze om dit in de avonduren te doen, want de tempel lag er prachtig verlicht bij. Bovendien was de temperatuur iets getemperd. De felle Egyptische zon en de hitte overdag werd steeds meer als slopend ervaren. Desalniettemin had een enkeling het nog zo warm. dat hij opmerkte dat hij de schaduw opzocht. Achmed doorbrak de melige sfeer met de ferme opmerking ' Und jetzt gehen wir anfangen'. Zijn Ramsesgruppe was weer een en al aandacht.
De tempel van Luxor is de best bewaarde tempel uit de faraonische tijd. Een monument waarbij in 1987 nog de opera Aida van Verdi werd opgevoerd. De tempel is veel kleiner (maar nog altijd 250 meter lang en 50 meter breed) dan het Karnak-complex. Amenhotep III en Ramses II hebben het meest bijgedragen aan de bouw van deze tempel. De Luxor-tempel is gewijd aan de Thebaanse drie-eenheid Amon-Min (god van de vruchtbaarheid), Moet en Chonsoe. Evenals de Karnaktempel bestaat de Luxortempel uit gele zandsteen.
Tussen het Karnak-complex en de Luxor-tempel ligt een drie kilometer lange triomfweg (een sfinxenallee) die één keer per jaar werd gebruikt tijdens het Obetfeest (vruchtbaarheidsfeest) als het beeld van god Amon in een grote optocht van heilige boten vanuit Karnak naar Luxor werd gebracht.
De door Ramses II opgerichte pyloon (65 meter breed, 24 meter hoog) heeft schitterende reliëfs die de overwinning van Ramses (19-dynastie) tijdens de slag bij Kadesj tegen de Hetieten uitbeeld. Er stonden oorspronkelijk zes beelden van Ramses voor de pyloon, maar hiervan zijn slechts twee zittende kolossen en een ernstig beschadigde staande kolos over. Zichtbaar zijn nog de sleuven voor de vlaggenmasten. Ook staat er links voor de ingang nog één obelisk. De andere werd door Mohammed Ali in 1831 aan Frankrijk geschonken en staat nu in Parijs op de Place de la Concorde. (foto).
In de open hof achter de pyloon staat aan de linkerkant de Aboe Haggag-moskee. Op het moment dat Achmed in de open hof zijn verhaal wilde vertellen werd in de Moskee aangezet tot het avondgebed. Uiteraard was dit via luidsprekers te volgen (dwz. te horen). Desondanks was het verhaal van Achmed toch goed te volgen. Bijzonder fraai is de uitbeelding van het Obet-feest op de muren van de tempel. Het oudste deel van de tempel is gebouwd onder de heerschappij van Amenhotep (18 dynastie). De tempel omvatte achter de open hof verder nog een zuilenzaal, een tweede hof, een voorzaal en kleinere ruimten (kappellen en het allerheiligste). Zelfs in 1989 zijn afbeeldingen gevonden in het complex. Het oude gedeelte van de tempel is nog als kerk gebruikt door Koptische christenen. Enkele bijbelse, christelijke taferelen ('geplakt' over de oorspronkelijke afbeeldingen) herinneren hier nog aan.
Tegen 22.00 uur was de bezichtiging van de Luxor-tempel beëindigd. Sommigen maakten van de gelegenheid gebruik om nog het centrum van Luxor te gaan verkennen, anderen zochten met de bus het Mövenpick op. In de fraai aangelegde tuinen van het 'resort' op weg naar de bungalowkamers waren de 'hotelsecurity'-mensen de laatsten die wij welterusten toewensten voor het slapengaan.
Frank Hendrikx